Afgelopen maand ben ik dan eindelijk begonnen met een schildercursus bij Lieke Jongeneelen van Li-Jo art in Culemborg (http://www.lijo-art.nl). Een echte opleiding had ik liever gedaan, maar dat zat er financieel (nog) niet in. En ik moet zeggen, dit bevalt supergoed! Lieke stimuleert je om je eigen ding te doen, zelf na te denken en te durven (en dat is voor mij een prima les!). Mijn eerste werk hangt al aan de muur en ik ben ape-trots. Ik heb inspiratie te over en thuis probeer ik ook af en toe wat te doen. Toch vind ik daar niet de rust (met 3 kids èn een parttime baan…) om er lekker tegen aan te gaan. Elke week kijk ik daarom weer uit naar MIJN avond. Ooit hoop ik nog eens elke dag naar een atelier te kunnen om daar bezig te zijn, voor mijn werk. WIE WEET…..

Zin in Zon!

Net als ik heb besloten dat het weer veel te koud is en ik me eigenlijk als een molletje onder de grond wil terugtrekken voordat het de komende maanden NOG erger wordt, komt een oude bekende met nieuws;

Herinner je mijn verhaal “Met je laptop in de zon” nog? Tja, ik weet het, lang geleden. Het was warm (ja, dat is inderdaad lang geleden) en ik wilde graag werken in de zon. MAAR DAT GAAT NIET! Want met een laptop in de zon zie je niks. Ene Johan Kok van ZunZun (klinkt als een zuinige, typisch Nederlandse zon…zun) las mijn probleem en besloot toe te slaan; hij ontwikkelde namelijk een soort zonnescherm voor laptops, waardoor je toch in de zon kunt laptoppen (is dat een woord?).

En het allerfijnste is dat Johan inmiddels uit-ontwikkeld is en ik het bericht van Johan kreeg dat IK zo’n zonnescherm mag proberen! Heel fijn, nu er geen zon meer is en ik zeker niet van plan ben buiten op de tuinstoel met mijn laptop te gaan zitten. Maar toch, je mag een gegeven paard niet in de bek kijken en voor Johan, en alle andere zonliefhebbers doe ik het toch. Dus, kom maar op met dat scherm, ik kan niet wachten!

Heavy shit!

Presse papier voor al je 'heavy shit'

Dat doet de deur dicht!

Verf en kip op hout

 

Allerlei tekeningen

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Schelpenzand

Voorzichtig woel ik mijn voeten door het warme schelpenzand. In de verte rollen de golven langzaam heen en weer. Ik knipper met mijn ogen tegen het felle zonlicht.

Er is niemand om me heen. Het strand is leeg.

Waar ben ik?

Beelden flitsen door mijn hoofd en maken dat ik een stekende hoofdpijn krijg. De heftige hoofdpijn zorgt ervoor dat ik bijna moet overgeven. Mijn hart en hoofd bonken. Ik laat mijn hoofd tussen mijn benen zakken en hap naar adem. De beelden van vannacht schieten door mijn hoofd. Een storm van geluid en water, veel water… Wat gek dat het nu zo warm en stil is op het strand.

Voorzichtig hijs ik mij overeind en klop het zand van mijn broek. Als ik me nou maar kon herinneren wat er was gebeurd. Al weet ik niet of ik dat wel wil.

Langzaam loop ik naar de zee en laat het verkoelende water over mijn voeten rollen.

Ik haal diep adem en voel de zeelucht in mijn neus prikken. Na een paar keer rustig ademhalen, zakt het bonzen van mijn hart. Ik staar in de verte en terwijl ik met dichtgeknepen ogen tegen de zon inkijk, probeer me te bedenken waar ik ben en wat er is gebeurd.

Ik herinner me flarden van ruzie met Geert. We schreeuwden, of tenminste, ik schreeuwde. Geert keek me nogal onnozel aan en zei niks, zoals gewoonlijk als we ruzie hadden. Dat maakte me altijd nog bozer. Ik schreeuwde en er vloog ook iets rond.

Oef, daar begon het gebons weer. Mijn adem stokt en het lijkt alsof ik geen lucht meer krijg. De zon draait om me heen en ik moet gaan zitten om niet te vallen. Het zeewater stroomt mijn broekspijpen in, ik knijp mijn vingers vast in het natte zand, alsof ik zo grip probeer te krijgen op de dingen om me heen.

Jemig, wat voel ik mij beroerd.

De laatste weken heb ik vaak last gehad van stemmingswisselingen. Het hoort een beetje bij me, maar de laatste tijd werd het erger. Ik kon zelfs de kinderen niet meer goed hebben, begon om het minst of geringst tegen ze te schreeuwen. Gisteravond werd het onhoudbaar. Of was het alweer eergisteren? Mijn hoofdpijn lijkt mij mijn tijdsbesef te hebben afgenomen. De hele dag al was ik moe en had ik nergens zin in. De kinderen irriteerden me en dat Geert weer laat van z’n werk zou zijn, maakte me nog chagrijniger.

Ik wil zo graag een goede moeder zijn. Een goede vrouw? Het lukt me niet. Ik wil zoveel en het lijkt wel alsof alles wat ik wil alleen in mijn hoofd lukt. Ik krijg er regelmatig heftige hoofdpijnaanvallen van. Daarbij word ik zo draaierig en misselijk dat ik op de bank moet gaan liggen.

Gisteravond voelde ik me weer zo. Waardeloos. Moe. Mijn stemming vloog alle kanten op. Zo begon ik waarschijnlijk ook aan die fles wijn. Oei. Bij het denken aan de fles die ik had leeggedronken, krimpt mijn maag ineen.

Ik draai me om en geef over in de branding. Ik maak een kommetje van mijn handen en laat het zoute water mijn mond reinigen.

Eigenlijk wel lekker even die rust. Ik bibber, maar de warme zon verwarmt snel mijn rug. Met mijn hoofd in mijn nek laat ik de zonnestralen toe op mijn gezicht. Ze strelen mijn wangen en lijken me gerust te stellen.

Ik besef dat ik actie moet ondernemen, als ik wil weten wat er is gebeurd. Ik besluit op zoek te gaan naar Geert. Ik wil zijn kant van het verhaal horen.

Met tegenzin sta ik op en loop in de richting van duinen.

Ineens realiseer ik me dat Geert er helemaal niet is. Hij had mij hier gisteravond laat nog afgezet. Bij ons vakantiehuisje in de duinen, om even bij te komen. Vaag herinner ik mij weer. Geert had mij op de bank ingestopt en gekust.

Was Geert er eigenlijk nog, of was hij naar huis gegaan?

Ik wist het niet meer…

Het enige geluid dat ik hoor is het bonzen van mijn hart en de zeemeeuwen boven mijn hoofd. Ik loop naar ons huisje tussen de duinen. Stil en verlaten. Waarom ben ik nou zo zenuwachtig? Dit is toch mijn eigen huis?

Net als ik de witte deur van de houten vakantiewoning wil openen zie ik dat hij al open staat. Mijn hart bonst nog harder in mijn keel. Heeft Geert vergeten de deur af te sluiten of is hij er misschien nog? Of….is er misschien wat anders?

Zachtjes duw ik de deur verder open. Gekraak. Ik schrik ervan op, al heb ik dat al wel honderd keer gehoord. Geert zou de scharnieren nog smeren. Had hij beloofd.

Voorzichtig steek ik mijn hoofd naar binnen.

“Hallo?” hoor ik mezelf zeggen.

Mijn stem klinkt krakerig. Angstig. Net of ik het zelf niet ben. Hè, waarom ben ik nou zo’n watje?

Ik probeer mezelf te vermannen. Haal diep adem en loop langzaam het kleine gangetje in. In de verte hoor ik het geluid van de televisie.

“Geert?”, probeer ik zachtjes.

Terwijl ik richting openstaande deur naar de woonkamer loop, zie ik de foto’s aan de muur. Geert en ik op het strand. De kinderen en ik op het strand. Vrolijke gezichten. Voorzichtig werp ik een blik op de woonkamer door de openstaande deur. Mijn hart zakt in mijn schoenen en mijn adem stokt. Ik duw de deur open en kan opeens geen adem meer halen. Ik zie bloed, veel bloed, tegen de muur, op het plafond en op de grond.

De woonkamer is één grote bende. Overal glas verspreid. Mijn lievelingsvaas in stukken op de grond. Het schilderij dat Geert voor mij gemaakt had hangt scheef aan de muur. Ik hap naar adem en probeer steun te zoeken bij de muur.

“Dit is een droom, dit is niet echt”, hou ik mijzelf voor. Buiten hoor ik nog steeds het gekrijs van zeemeeuwen. Verder niets. Ik probeer te slikken, maar mijn mond is zo droog dat het bijna niet gaat.

“Geert’, roep ik verward. ‘Geert, waar ben je?”

Uit de open keuken pak ik een keukenmes en loop via de woonkamer de gang weer op. Ik ren de trap op.

“Geert, ben je hier?”

Hijgend kom ik boven en ik gooi de deur van onze slaapkamer open.

Geert.

Grijnzend kijkt hij mij aan. Zijn haar is nat. Hij heeft net gedoucht.

“Hoi schat, is alles goed met je? Je kijkt zo angstig.”

Verwilderd kijk ik hem aan. “Is er wat, is er wat? Natuurlijk is er wat, heb je het dan niet gezien beneden, totale vernietiging!”.

Ik struikel bijna over mijn woorden.

“Wat had ik moeten zien schat?”.

Geert is kalm. Hij heeft de blouse aan die ik hem zo sexy vind staan. Ik begrijp er helemaal niets van.

“Geert, overal is bloed en alles is kapot!”

Tranen stromen over mijn wangen. Geert pakt het mes dat ik nog steeds in mijn hand heb en kust zacht mijn lippen.

“Ach meisje toch, dat is allemaal maar fantasie.”

De avonturen van Pisum – deel II

‘Wat was dit nou?’ Pisum werd wakker van een benauwd, bedrukt gevoel. Het leek net of er iets of iemand bovenop hem lag. ‘Zou er iets van mij gemaakt worden?’, peinsde Pisum. ‘Een gerecht misschien’, zoals hij had gehoord in de velden. Hij had begrepen dat je zowel heel, als fijngemalen kon worden genuttigd. Zou dat dít gevoel zijn?

Hij hoorde een hoog stemmetje, een vrouw, wist hij. Een blij gevoel maakte zich, ondanks de benauwdheid, van hem meester. Vrouwen waren fijn. Ze praatten zacht en behandelden je meestal ook zo. Niet dat hij dat allemaal al had meegemaakt, nee, dat niet. Maar hij hoopte wel dat dat nog zou komen.

Zijn avontuur was tot nu toe wel groter dan hij had durven dromen. Er werd natuurlijk een hoop gespeculeerd op het land en niemand in de bonen wist het zeker. Maar dit, dit was wel heel bijzonder. Bijzonder spannend ook.

Lang kon hij er niet over nadenken. De benauwdheid ontnam hem de mogelijkheid om diep na te denken. Pisum probeerde zo lang mogelijk met één adem te doen. ‘Rustig blijven’, hield hij zichzelf voor, dat zou het beste zijn.

Uren verstreken en Pisum had een manier gevonden om met de benauwdheid om te gaan. Het gewicht bovenop hem, was niet zwaarder geworden en verplaatste zich ook niet. Dat maakte het voor hem makkelijker om het vol te houden. De vrouwenstem had hij in al die uren niet meer gehoord.

Pisum hoorde inmiddels vogels buiten uitgebreid fluiten. Verder was het nog steeds erg rustig.

Tot plotseling de matrassen om hem heen zacht in beweging kwamen. Als een golf ging Pisum op en neer. Daar hoorde hij ook weer die fijne vrouwenstem! Ze klonk zo prachtig, het moest wel een mooie vrouw zijn, dat kon niet anders.

Net zo snel als Pisum in zijn benauwde situatie terecht kwam, was hij er ook weer uitgekomen. Niet omdat hij dat zelf in de hand had. Nee, Pisum was inmiddels wel gewend dat hij totaal geen inspraak had in de dingen die hem overkwamen.

Hij lag nog steeds tussen de matrassen, maar de druk was weg en daarmee ook zijn benauwdheid. Het lag weer net zo comfortabel als in het begin. De vrouwenstem zong om hem heen en vulde de ruimte. Ze was zo mooi, zo verschrikkelijk mooi. Het leek of zonnestralen waren neergedaald en hem zachtjes verwarmden. De stem vulde zijn ronde gestel met warmte en geluk, meer kon hij zich als Pisum-zijnde niet wensen.

Maar net toen hij dacht in een Walhalla te zijn beland, sloeg de angst hem om het hart. In de afgelopen uren had hij niets gemerkt, maar nu het gewicht boven hem was verdwenen voelde hij ineens iets wat zijn adem deed stokken. Om hem heen lagen allemaal soortgenoten!

Geplet, verschrompeld, dood!

Hij voelde ze hard en koud tegen hem aan.

‘Oh wat erg’, dacht Pisum. Hij slikte en probeerde zich te vermannen. ‘Wie waren dit?’ Misschien kende hij ze wel.

Hij kon echter niets meer opmaken uit de uitgedroogde lijfjes en dat was misschien maar goed ook. Naast verdrietig, maakte het Pisum ook boos. Dat dit zomaar kon gebeuren! Was ‘zijn zonnestraal’ daar voor verantwoordelijk? Hij kon het bijna niet geloven. De stem van de vrouw had zo mooi geklonken. Zij kón eenvoudigweg niets met de dood van zijn medepeulvruchten te maken hebben. Hij werd ook een beetje boos op zichzelf. Hij werd ook altijd zo snel enthousiast, liet zich zo snel meeslepen. Gelukkig bezat Pisum ook de gave zichzelf snel tot de orde van de dag te roepen en zich te kalmeren. Dat moest ook wel, in deze achtbaan van avonturen.

Net op het moment dat Pisum zijn emoties weer enigszins in de hand had voelde hij dat hij werd opgetild. Een vrouwenhand pakte hem tussen haar vingers en hield Pisum omhoog. Het was niet de vrouw die hij eerder deze dag had gehoord. Het was een zwaardere stem, nee, lang niet zo mooi als van ‘zijn zonnestraal’.

Pisum werd meegetroond en omhoog gehouden voor nog meer mensen. Hij hoorde een zware mannenstem. De stem klonk diep en warm, als de aarde, waar hij boven op was gegroeid.  De stem klonk duidelijk en statig, alsof diegene de baas was. Daarnaast klonk nog een andere mannenstem, ook diep en warm, maar jonger, enthousiaster. Ook hoorde hij ‘haar’ weer. Onmiddellijk vulde zijn lijf zich met warmte. Zij was er ook bij! Hij begreep alleen niet goed wat er nou ging gebeuren. Blijkbaar was hij het middelpunt van de belangstelling.

De stemmen klonken opgewonden. Al klonk ‘zijn zonnestraal’ wat geïrriteerd. Dat had hij vanmorgen waarschijnlijk niet zo opgemerkt, omdat hij zo vervuld was van haar stem. Het was net, of ze geïrriteerd was over hem, Pisum. Al begreep hij zelf niet waardoor dat kon. Misschien hield zij niet zo van hem, dat kon natuurlijk. De andere stemmen klonken echter wel enthousiast.

Na wat heen en weer gepraat was er ineens sprake van feeststemming. Alle stemmen klonken enthousiast en er werd zelfs gezongen. De gemoedstoestand van ‘zijn zonnestraal’ was nu ook veranderd, ook zij werd enthousiast en deelde mee in de vreugde.

Pisum wist niet wat het allemaal inhield, maar blijkbaar waren ze allemaal toch erg blij met hem.

Niet lang daarna werd er een groot feest op het Koninklijk Paleis gehouden, waarbij Pisum het middelpunt van de belangstelling was. Waarom precies, heeft Pisum nooit begrepen.

Uiteindelijk kwam hij niet in een Koninklijke maaltijd terecht, maar vond hij zijn plek op een zacht, gouden kussentje onder een kristallen kubus.

Elke dag geniet Pisum vanaf de Koninklijke schouw van de stemmen van ‘zijn zonnestraal’ en de enthousiaste jongeman. En dat doet hij nu nog steeds…..